webmaster [email protected]
  SC Den Dreef
  • Home
  • Historiek
  • Bestuur
  • Lid worden
  • Links
  • Busverplaatsingen
Picture

Volwassen Voetbal (07.02.26 AA Gent-OHL 1-3)

Gent begon slap, maar dat was vooral omdat OHL er wél stond. Niet aarzelend, niet zoekend, maar aanwezig. Het soort start dat ge dit seizoen te weinig gezien hebt. En dan valt die eerste kans die er eigenlijk al in moet, maar het is de corner erna die telt: Nyakossi die boven alles en iedereen uit groeit en de match meteen in onze plooi legt. Een moment dat zegt: “We zijn hier niet om te overleven, we zijn hier om punten te pakken.”
De penalty die volgt is geen cadeau, maar gewoon logisch. Ongelukkig hands, maar de bal gaat richting doel en de arm staat niet strak. Dat is geen discussie, dat is voetbal. En ineens staat ge 0–2 voor in Gent, en voelt ge dat de thuisploeg nog altijd niet wakker is. Het mooie aan die eerste helft is hoe weinig Gent eigenlijk creëert. Niet omdat ze niet willen, maar omdat OHL het hen niet laat. Compact, volwassen, zonder paniek. Het soort controle dat ge zelden op verplaatsing ziet.
Na de rust verandert het beeld. Kanga begint te woelen en dat voel je meteen. De 1–2 valt, en het is een knappe goal, maar vooral een signaal: “Hier komt het scenario dat we al te goed kennen.” Dat moment waarop ge voelt dat de match kantelt en dat ge weer in overlevingsmodus gaat.
En dan die botsing. Hard, akelig, alles stil. Het soort moment dat een stadion leegzuigt. Maar vreemd genoeg is het ook het moment waarop Gent zijn storm verliest. OHL herpakt zich sneller, en net dan valt die voorzet van Verlinden — scherp, zuiver — en de kopbal van Maziz die alles weer recht trekt. Niet tegen de gang van het spel in, maar op het perfecte moment.
De extra tijd maakt het nog even spannend, maar de afgekeurde goal haalt de angel eruit. Gent komt niet meer aan kansen. OHL blijft recht, blijft volwassen, blijft koel.
En dan staat ge daar: een verdiende zege, maar wel eentje die mee bepaald is door het wedstrijdverloop. Het dubbeltje viel eindelijk eens naar onze kant. En dat mag ook. Na Union en Mechelen hadden we recht op een avond waarop de wereld niet tegenwerkt.
Fonske van de Plasfosj zei het achteraf: 
We wonnen omdat we er stonden, en het wedstrijdverloop duwde eindelijk eens mee in plaats van tegen.

Een match met twee gezichten (31.01.26 OHL-KV Mechelen 2-2)

Zondagavond op Den Dreef en OHL begint met een scherpte die we al even niet meer gezien hadden. Geen angst, geen afwachten, maar duels winnen, lijnen breken en Mechelen achteruit duwen. En dan komt het moment dat de match openbreekt: penalty voor OHL. Licht of niet, deze keer blijft hij staan. Na de miserie van vorige week voelt het bijna als een vorm van rechtzetting. Rond het half uur staat het 1–0, en ge voelt dat de ploeg er echt in gelooft.
Het eerste uur is OHL baas. Er zit lef in, er zit tempo in, en Mechelen vindt geen antwoord. Kort na de rust valt dan het moment waar iedereen al weken op wachtte: Ikwuemesi scoort eindelijk. De ontlading is groter dan het gejuich. Met 2–0 op het bord lijkt OHL op rozen te zitten. Het voetbal klopt, de energie klopt, en ge denkt: “Dit wordt eindelijk nog eens een avond waarop we beloond worden.”
Maar dan kantelt alles. Niet in één fase, maar in een langzaam wegzakken dat ge voelt nog voor het zichtbaar wordt. Het laatste half uur wordt OHL overlopen. De duels die eerst gewonnen werden, gaan nu verloren. De ruimtes die eerst dicht zaten, vallen open. De ploeg zakt te ver terug, de organisatie kraakt, en Mechelen krijgt precies alle adem die het nodig heeft.
En ge voelt het 2–2 worden nog voor het effectief op het bord staat. Niet omdat Mechelen zoveel beter was, maar omdat OHL leeg was. Het geloof dat er in het eerste uur zat, verdwijnt. De controle is weg. De rust is weg. En de voorsprong glipt weg alsof ge ze niet moogt hebben.
En zo staat ge daar weer: ge hebt eindelijk gescoord, ge hebt eindelijk gevochten, ge hebt eindelijk een match in handen… en toch glipt ze weg. Dat maakt het zo pijnlijk, zo frustrerend. Ge waart baas, ge waart beter, ge waart op weg naar drie punten — en ge krijgt er één.
Maar ge kunt ook niet doen alsof het allemaal negatief is. Het eerste uur was het beste dat we in weken gezien hebben. Er zat lef in, er zat voetbal in, er zat geloof in. Dat is iets om aan vast te houden, zelfs al doet het pijn.
Fonske van de Plasfosj zei het nog: 
Het eerste uur gaf hoop, het laatste half uur liet een bittere nasmaak.

Geen doelpunten, wel karakter (24.01.26 OHL-Union 0-0)

Zaterdagavond op Den Dreef en ge voelt meteen dat het weer zo’n match wordt waar ge meer spanning dan voetbal krijgt. Union komt af als een ploeg die weet dat ze bovenaan hoort, OHL staat er als een ploeg die vooral wil tonen dat ze niet zomaar opzij te zetten zijn. En eerlijk: dat deden ze ook niet. De inzet was er meer dan genoeg, ge zag mannen lopen, duwen, bijten, blokken. Niemand heeft zich verstopt. Maar inzet alleen vult geen scorebord, en dat begint nu echt door te wegen.
Akimoto was terug, en dat voelde ge meteen. Hij bracht rust waar er de voorbije weken alleen maar paniek was, hij durfde vooruit spelen, hij won zijn duels, hij gaf de ploeg adem. Het was alsof die linkerkant eindelijk weer een reden had om te bestaan. En dat maakte Union onrustig, want ze kregen het niet cadeau. Ze hadden de bal, maar ze hadden geen controle. Ze hadden de patronen, maar ze vonden geen opening.
En dan komt die fase waar iedereen in het stadion hetzelfde dacht: penalty. De ref wijst naar de stip, ge voelt de opluchting door het vak gaan, en ge denkt: “Eindelijk, het valt eens onze kant uit.” Tot de VAR hem roept. En dan weet ge hoe laat het is. Als Union die fase krijgt, wordt dat nooit teruggedraaid. Maar omdat het OHL is, omdat het tegen een topploeg is, omdat het Union is, wordt er gezocht tot ze iets vinden dat twijfel geeft. En weg is uw moment.
Toch blijft ge hopen, want hoe langer het 0–0 blijft, hoe meer ge voelt dat er misschien iets in zit. Maziz tegen de paal, een afgekeurde goal, een paar halve kansen die met wat geluk binnen kunnen vallen. Maar dat geluk komt niet. En ge moet een koe een koe noemen: we hebben al vier matchen niet meer gescoord. Niet omdat we niet willen, maar omdat het allemaal te moeizaam gaat in de zone waar het moet gebeuren. Ge kunt niet blijven teren op bijna’s en pech en “het had gekund”.

En toch blijft ge komen. Omdat ge koppig zijt, omdat ge gelooft dat het ooit weer wél valt, omdat ge als supporter niet anders kunt dan blijven opduiken, zelfs wanneer het voetbal u weinig geeft behalve de hoop dat het ooit weer iets wordt.
Fonske van de Plasfosj zei het nog in de Jee na de match: Soms pakt ge geen punten, maar wel uw trots.

Blijven komen, zelfs als het pijn doet (18.01.26 STVV-OHL 1-0)

De winterstop is voorbij en ge voelt meteen dat het voor OHL‑fans geen tijd van licht en warmte is. Het zijn pijnlijke weken, van die avonden waarop ge meer slikt dan ge viert. In Sint‑Truiden was het weer zo’n match waar ge van in het begin voelt dat het allemaal net niet is. STVV scoort vroeg, en vanaf dan loopt ge achter de feiten aan. Niet omdat STVV nu zo’n stormram was, maar omdat wij bij momenten gewoon overlopen werden: te laat in de duels, te weinig grip, te weinig rust aan de bal. Het was geen totale chaos, maar wel dat soort voetbal waar ge telkens een stap te laat zijt en ge voelt dat de tegenstander net iets meer frisheid heeft.

En toch blijft het zo’n match die u niet helemaal loslaat. Want zelfs al hebt ge alle hoeken van het plein gezien, zelfs al zijt ge meer bezig met tegenhouden dan met voetballen, toch kan het op het einde gewoon 1–1 staan. Dat is misschien nog het meest frustrerende van alles: ge zijt niet goed genoeg om te zeggen dat ge een punt verdient, maar ge zijt ook niet slecht genoeg om te zeggen dat ge kansloos waart. Ge blijft hangen in dat grijze gebied waar ge als supporter vooral moe wordt van hopen.
Het is geen match om kwaad van te worden, maar ook geen match om iets uit te halen. Ge komt thuis met dat typische OHL‑gevoel van januari: ge krijgt weinig, ge verdient weinig, en ge blijft toch kijken. Omdat ge supporter zijt, omdat ge koppig zijt, omdat ge blijft geloven dat het ooit weer beter wordt — zelfs al voelt het nu alsof ge vooral tegen de wind in aan het stappen zijt. Fonske van de Plasfosj zei het achteraf: Soms is het enige wat ge krijgt de koppigheid om te blijven komen.”

Blij met een punt ? (27.12.25 La Louviere-OHL 0-0)

Ge hebt matchen die ge wint, matchen die ge verliest, en matchen waar ge vooral blij moogt zijn dat ge heelhuids buiten geraakt. La Louvière – OHL was van die laatste soort. Een avond die al slecht begon in een uitvak dat nog minder allure had dan het hondenhok van STVV. Een kooi met slecht zicht en nul sfeer — ge vraagt u af of ge naar een match komt kijken of naar een oefening van de brandweer.En dan begint de match. La Louvière vloog er eigenlijk niet eens in — laat ons eerlijk zijn. Het was niet dat die mannen als bezetenen kwamen stormen. Maar ze waren wel scherper, sneller op de tweede bal, en vooral: ze hadden meer grip op de match dan wij. Zonder echt te domineren, hadden ze genoeg momenten om ons pijn te doen.
Als het met de rust 3–0 staat, moogt ge eigenlijk niet veel zeggen. Twee afgekeurde goals, een paar keer dat Leysen u overeind houdt, en een OHL dat vooral bezig was met niet kapotgaan in plaats van met voetballen. Het was geen paniekvoetbal, maar het was ook niet het soort controle waar ge warm van wordt. Na de rust kwam er wat meer lijn, wat meer duelkracht, en zelfs een kans op de 0–1 toen Maertens de paal raakte. Maar het bleef allemaal te mager om te zeggen dat ge het verdiende om te winnen.
En dan komt de vraag die iedereen in dat uitvak dacht — tussen de koude wind en het slechte zicht door: Moeten we nu blij zijn met een punt? Ge weet het niet. Ge voelt het niet. Ge twijfelt. Het was niet goed genoeg om tevreden te zijn, maar ook niet slecht genoeg om de ploeg opnieuw af te breken. Ze hebben gevochten, ze hebben geblokt, ze hebben niet opgegeven. Maar ge hebt ook nooit het gevoel gehad dat ge de match in handen had.
Fonske van de Plasfosj zei het nog onderweg naar huis  “Een punt in een hondenhok, zonder glans en zonder drama. Ge weet niet of ge blij moet zijn, maar ge zijt tenminste niet kwaad, wel ontgoocheld".

Een nachtmerrie (21.12.25 OHL-Cercle 0-2)

Ge hebt slechte matchen, ge hebt frustrerende matchen… en dan hebt ge wat OHL in die eerste helft tegen Cercle op de mat legde. Dat was geen offday meer, dat was een collectieve siësta. Tegen een ploeg die sinds augustus niet meer gewonnen had, stond Leuven te voetballen alsof het een oefenpotje op een dinsdagavond was.Taktisch stond het verkeerd van minuut één: de pressing klopte niet, de flanken hingen in het luchtledige, en de as was zo leeg dat ge er een foodtruck had kunnen parkeren. Maar het ergste was niet het plan — het was de goesting. Die was er gewoon niet. Geen druk, geen lef, geen duel dat met overtuiging werd aangegaan.  En dan die goals… Kinderlijk uitgespeeld. De 0–1: één simpele bal in de rug, iedereen kijkt. De 0–2: exact dezelfde zone, exact dezelfde fout, exact dezelfde slaapstand. Alsof Cercle een herhaling opzette en OHL dacht: “Ah, dat kennen we, laat maar.”  Na 28 minuten gingen Pletinckx en Teklab eruit voor Maertens en Opoku. Teklab, oké. Maar Pletinckx? Die was zeker niet de slechtste. Het voelde alsof er iemand moest boeten voor het signaal, en hij was toevallig degene die het bordje zag oplichten. De echte problemen zaten elders: hoger, trager, slapper.  De tweede helft was beter — maar ja, dan was het kalf al lang verdronken. OHL liep meer, duels werden eindelijk gewonnen, Cercle werd achteruit geduwd… maar dat is allemaal mosterd na de maaltijd wanneer ge in twintig minuten twee keer kinderlijk wordt weggezet. 
En nu zaterdag naar La Louvière. Die staan net achter ons en die gaan ons opwachten met geslepen messen. Die mannen ruiken bloed, spelen thuis, en hebben gezien hoe ge tegen Cercle de eerste twintig minuten staat te slapen. Als ge daar weer zo begint, kunt ge de bus beter laten draaien. Maar als ge wél scherp start, als ge wél goesting toont, als ge wél begrijpt dat dit een match is die ge moet pakken… dan kunt ge daar iets rechtzetten.
Fonske van de Plasfosj zei het nog: “Tegen Cercle hebt ge uzelf laten slapen, zaterdag in La Louvière moet ge tonen dat ge nog leeft.”


Luik lag plat, Leuven lacht (12.12.25 Standard-OHL 0-1)

In Sclessin verwacht ge vuurwerk, maar vrijdag leek het meer op een barbecue waar de kolen niet wilden gloeien. Standard probeerde wel wat rook te maken, maar Leuven hield het deftig dicht. Geen spektakel, wel een blok dat stond als een pint op een bierviltje. Pletinckx zei het achteraf: “Verdiend gewonnen, maar niet interessant om naar te kijken.” En dat klopt: het was geen match om later nog eens op cassette te zetten, maar wel eentje die drie punten opleverde. En laat ons eerlijk zijn: punten smaken beter dan schoon spel, zeker als ge al weken op droog zaad zit. Aanvallend was het lang sukkelen. Uitbraken die te snel vooruit gejaagd werden, passes die meer haast dan goesting hadden. Tot Teklab ineens zijn flits bovenhaalde: een dieptepas die ge in Leuven al jaren niet meer gezien had. Mercier kon dat, Holzhauser soms op een blauwe maandag — maar vrijdag was het Teklab die de sleutel vond. En dan kwam Maertens. Een fitte Maertens is het genie van OHL: hij loopt waar niemand hem verwacht, trekt lijnen die ge niet ziet, en geeft de ploeg richting. Zijn slimme looplijn trok de verdediging open, hij miste zelf, maar Kaba kreeg een leeg doel voor zich. Het was de neus van Maertens die de match deed kantelen. Standard wankelde, OHL hield stand. Geen schoonheidsprijs, wel drie punten die smaken als een frisse pint na een lange werkweek.
Fonske van de Plasfosj zei het nog achteraf tijdens de rit naar huis ): “Een pas van Teklab en een neus van Maertens hebben Standard doen wankelen, zondag moet ge de punten thuis laten smaken tegen Cercle.”

Gemiste kansen, gemiste punten (07.12.25 OHL-Zulte Waregem 1-1)

Thuis tegen Zulte-Waregem hoopten we eindelijk nog eens te kunnen winnen. Den Dreef stond klaar, de pinten stonden koud, en iedereen dacht: vandaag pakken we ze. Verlinden zette ons vroeg op voorsprong, maar daarna lieten we het weer glippen. Nyssen kreeg te veel ruimte en maakte gelijk, en zo zaten we opnieuw met dat oude verhaal: kansen zat, maar geen afwerking.
Het was een match die we in handen hadden, maar waar we de grip telkens weer verloren. Maertens probeerde, Kaba werkte, Lakomy raakte de lat, Ikwuemesi de paal… telkens weer dat gevoel dat het kan, maar dat de bal niet wil. En zo werd het een wedstrijd van gemiste kansen, van halfslachtige duels, van een ploeg die wel wil maar niet durft door te drukken.
De tribune voelde het ook: de frustratie hing in de lucht. Een gelijkspel tegen Zulte is niet het einde van de wereld, maar het voelt als een nederlaag wanneer je weet dat je beter kon. Het blijft maar duren, dat gemis aan scherpte, dat wachten tot de tegenstander ons wakker schudt. En dan sta je daar: één punt, geen opluchting, alleen de zucht van “alweer”.
Fonske van de Plasfosj zei nog: “Ge kunt blijven sukkelen met kansen, maar ’t is al snel vrijdag en dan moet ge naar Standard — daar moet ge tonen dat Leuven niet braaf blijft, maar bijt.

TE BRAAF IN GENK, TIJD OM TE STAMPEN (30.11.25 GENK-OHL 2-1)

In Genk stonden we van bij de aftrap machteloos. Het leek voetbal met de handrem op: achteruit kruipen, hijgend achter de feiten aan, en telkens weer hopen dat de bal niet verkeerd zou vallen. Aanvallend stelden we weinig voor, verdedigend was het bibberen en beven, en zo werd Tobe onze reddingsboei. Hij moest keer op keer de muur overeind houden, alsof hij de enige was die nog cement in de handen had. Maar zelfs met al dat beton lieten we ons wegspelen: Genk bepaalde het tempo, Genk koos de lijnen, en wij holden erachteraan.

En toch zie je: zodra we op achterstand komen, lukt het ons wél. Kaba zette ons terug in de match, schonk ons een sprankel hoop, en bewees dat er kwaliteit en strijdlust in de ploeg zit. Dat maakt het des te frustrerender: waarom pas vechten als het al te laat is? Waarom niet van bij het begin tonen dat we kunnen bijten? Het is alsof we eerst moeten voelen dat de klok tikt, voor we beginnen te lopen.
Zelfs op het einde lag er nog een kans: een plaatsbal van Ikwuemesi die richting net ging, maar van de lijn werd gehaald. Het was de zoveelste keer dat we dachten dat het kon, maar dat de bal niet wilde. Genk nam de punten mee, wij bleven achter met de kater en de vraag die blijft knagen: als we het kunnen wanneer we achterstaan, waarom spelen we dan niet zo van bij de eerste minuut?
“In Genk waren we te braaf, maar Fonske van de Plasfosj zegt: tegen Brugge moet ge stampen, en tegen Zulte moet ge zingen dat Den Dreef leeft.”

Den Dreef zag een krul maar verloor de punten (23.11.25 OHL-STVV 1-2)

Het vuur dat we twee weken geleden in Brugge zagen, bleef dit keer achter. Het middenveld was minder, de kansen bleven liggen, en zelfs onze beteren haalden niet hun normale niveau, al bleven ze nog overeind in de chaos. Toch was er één moment dat Den Dreef deed daveren: de wondermooie krul vlak voor rust, een doelpunt waarvoor mensen naar het stadion komen, een pint die plots weer schuim kreeg. Achterin viel er opnieuw iemand door de mand, maar de frisse kracht die inviel bracht eenvoud en duelkracht. Beter een jonge gast die leert dan een ervaren man die blijft verliezen, en het volk hoopt dat hij opnieuw mag starten. Voorin was er weinig respect te zien bij een wissel, en dat stoorde meer dan de nederlaag zelf.
STVV was efficiënt, wij niet. Zij scoorden twee keer uit weinig, wij misten veel uit veel. En dan die tien hoekschoppen… tien keer mochten we aanleggen, tien keer kwam er niets uit. Het voelde alsof we pinten bestelden en telkens een leeg glas kregen. Ondertussen talmde hun keeper bij elke uittrap, alsof hij een klok in zijn schoenen had en de tijd zelf kon rekken. Voor het eerst in tien jaar namen ze de zege mee uit Leuven, en dat doet pijn, want thuis moet ge altijd bijten.
Nu wacht Racing Genk. Daar is het geen kwestie van vuil uitvak of lege tribune, maar van pure kwaliteit en tempo. Als de raket teruggevonden wordt, als de kansen eindelijk afgemaakt worden en als de frisse kracht zijn lijn doortrekt, dan kan het. Maar dan moet het ook.
Zoals Fonske van de Plasfosj zou zeggen: “Ge kunt niet altijd de beste zijn, maar ge moet altijd laten zien dat ge nen Leuvenaar zijt.”


Van vuilbak naar raket (08.11.25 Cercle-OHL 1-2)

Jan Breydel, zaterdagavond. Het uitvak? Halfleeg én met stip het vuilste uitvak van 1A. Hebben ze hier woensdag Barcelona ontvangen? Of gewoon vergeten dat er ook nog supporters bestaan die niet groen-zwart zijn? Om je dood te schamen. De sfeer? lauw. De eerste helft? Barslecht. Twee gekwetste spelers eruit, geen idee erin. Cercle deed wat het wilde, vooral op de flanken, en wij stonden erbij als figuranten in een Brugse schoolvoorstelling.
Maar dan kwam de rust. En dan kwam Mazzu. Geen plan B uit een mapje met tabbladen. Geen toevalstreffer. Maar een gerichte ingreep: Maertens en Verlinden erin, blok omhoog, vleugels dicht, nummer 10 op hun zes. En plots: actie. Lakomy trapte zijn tweede raket in twee weken binnen. Hij zag het zelf niet — zijn ploegmaats vormden een muur van euforie. Maar de paal beefde, het net bolde, en de match kantelde. Even later stuurde Maertens Kaba het straatje in. Eén tik, één grijns, 1-2. Superefficiënt. Vier schoten, twee goals, drie punten. En Mazzu? Die vloog zijn spelers in de armen alsof hij net het WK had gewonnen. Terwijl Hubert — rationeel, bedachtzaam — vaak wachtte tot de bal zelf een diploma haalde. Geen slechte man, geen slechte trainer, maar zijn aanpak sloeg hier niet aan. De ploeg bleef hangen in leermomenten, terwijl de punten wegvlogen.
Mazzu brengt iets anders. Enthousiasme. Ritme. Directe actie. Hij ziet wat fout loopt, en hij grijpt in. Niet met paniek, maar met precisie. Nu is het interlandbreak. Tijd om verder te schaven, te slijpen, te stemmen. Want we waren met weinig. Maar we zagen veel. 
En Fonske van de Plasfosj zei nog: We waren met weinig, maar we hebben ze daar toch ferm hunne oren gewassen. Zelfs dat vuile uitvak klonk ineens wat properder.


Vier keer prijs, nul excuses (02.11.25 OHL-Gent 4-0)

Zondagnamiddag in Den Dreef. De lucht grijs, de regen viel nu en dan goed uit de lucht, en Gent kwam af met hun gebruikelijke air van “wij zijn top zes, gij zijt decor.” Maar wat kregen ze? Vier keer prijs, een uitmatch om snel te vergeten, en een thuispubliek dat kirde van de pret.
Ikwuemesi trapte de eerste binnen alsof hij per ongeluk op de juiste plek stond — en dat was hij ook. Maar ge moet daar wel staan. Lakomy, die een paar weken geleden nog de lat raakte of nipt werd overgetikt, krulde hem nu wondermooi binnen. En Mazzu? Die spurtte mee naar de cornervlag alsof hij zelf nog op de flank stond. Schoon beeld. Schoon moment.
Nyakossi werkte de derde binnen met de voet — geen tierlantijn, gewoon goed staan en afwerken. En Teklab, die maakte het af met een vierde, voor de statistieken én voor de leute.
Gent? Die stonden erbij en keken ernaar. Meer balbezit, minder goesting. En als ge dan ook nog een rode kaart pakt in de slotfase, dan weet ge: het was niet uw namiddag.
Maar voor ons? Het was een match die deugd deed. Na weken van gesakker, late tegengoals en frustratie, viel alles eindelijk eens goed. Niet omdat we plots wereldploeg zijn, maar omdat we al onze kansen afwerkten. En dat is het verschil. De bal viel goed. En dan lijkt het alsof alles klopt.
Mazzu zag een ploeg die durfde. Die beet. Die afwerkte. En ge voelt: als dit vertrouwen blijft hangen, dan zijn we vertrokken. Want een ploeg met goesting, dat is gevaarlijker dan eender welk systeem.
Want ja, we zijn een middenmotor. En ja, het hangt vaak van details af. Maar soms — heel soms — valt het allemaal op z’n plek. En dan zegt Fonske, rechtop in zijn stoel onder het dak van tribune 2: Voor een ploeg die zogezegd niks meer kon, hebben we schoon huis gehouden

Ge dacht dat we dood waren (25.10.25 KV Mechelen-OHL 1-1)

Ge kunt veel zeggen over OHL dit seizoen, maar niet dat we geen karakter hebben. Zaterdag in Mechelen, dat was er zo eentje waar ge normaal gezien met een zuur gezicht naar huis rijdt. Weer goed begonnen, weer kansen gemist, weer achtergekomen tegen een ploeg die zogezegd top zes speelt maar bij momenten gewoon op de counter loerde alsof ze op verplaatsing waren in eigen huis.Maar deze keer — deze keer — hebben we het niet laten gebeuren. In minuut 95, toen de meeste Mechelaars al dachten dat het binnen was, kwam Ewoud Pletinckx daar als een bezetene ingelopen. Bam, kopbal, netten trillen, en het uitvak ontplofte alsof we de beker hadden gewonnen. Pint in de lucht, sjaals gezwaaid, en Fonske die riep: “’t Is ni veel, maar ’t is van ons!”En eerlijk? Het was meer dan verdiend. De eerste helft speelden we hen bij momenten van het kastje naar de muur. Alleen: ge kunt geen match winnen met halve kansen en goeie bedoelingen. Gelukkig viel hij deze keer wél. En dat mag ook eens gezegd: Nyakossi stond achterin als een huis. Geen zever, geen paniek, gewoon ballen afpakken en vooruit spelen. En Opoku, die inviel voor Gil? Die bracht vuur. Die moet ge meer laten starten, punt.

En nu? Nu is het aan Mazzu, die vandaag officieel werd voorgesteld. Donderdag mag hij meteen zijn tanden zetten in een bekertrip naar Seraing. Geen glamour, geen excuses — gewoon doorgaan. Want dit punt in Mechelen was geen toeval. Het was een waarschuwing.

Of zoals Fonske het zei op de bus terug: “Als ge in minuut 95 nog kunt bijten, dan zijt ge nog lang niet dood.”

Zonder doelpunten geen recht op punten ((18.10.25 OHL-Club Brugge 0-1)

Het blijft frustrerend: ge speelt één van uw betere matchen van het seizoen, tegen een topploeg, en toch sta je weer met lege handen. Club Brugge had twee kansen nodig om te scoren. Wij hadden er meer, maar verzuimden opnieuw om af te maken. En dan wordt het stilaan een patroon.We mogen hopen dat, als de bal ooit wél goed valt, onze Whites eindelijk krijgen wat ze verdienen. Maar hoop alleen brengt geen punten. Er zijn driepunters nodig — dringend — om te staan waar we horen. Want goed spelen zonder resultaat is op den duur gewoon niet goed genoeg. Toch blijven de supporters zingen. Niet uit blind optimisme, maar omdat ze voelen dat er iets in zit. Dat het niet veraf is. Maar het moet nú gebeuren. Niet volgende maand, niet na de winterstop — zaterdag, in Mechelen. De “kakkers” staan stevig in de top zes, maar we hebben bewezen dat zelfs de “boeren” moesten erkennen dat de onzen beter waren. Alleen: beter zijn zonder te scoren is als pinten tappen zonder glazen. Ge blijft met dorst zitten. Misschien brengt een nieuwe coach deze week wat houvast. Iemand die niet kijkt naar zijn volgende stap, maar naar onze volgende match. Natuurlijk kiest een jonge trainer voor zijn carrière — dat is begrijpelijk. Maar wij kiezen voor onze club. En dus willen we vanaf deze week achter iemand staan die dat ook doet.
Fonske van de Plasfosj zei het zoals alleen hij dat kan: “Ge kunt nog zo goed shotten, maar als de netten droog blijven, dan is het café ook stil.”


Angst voor  Kemphanen resulteert in nulresultaat (05.10.25 Westerlo-OHL 2-0)

Eén flits en we hoopten al op een “walk-over”. Het draaide echter anders uit. Samen met de wolken was het tranen met tuiten aan ’t regenen bij de supporters. De angstige houding van onze “Whites” resulteerde in een “Poulidorgedrag”: We kwamen bijna overal als tweede aan. Waarom? De prestatie tegen Anderlecht leek anders hoopvol. Dat de supporters dit niet blijven slikken is normaal. Gelaten trokken ze weer naar de bussen.  Het storend goedbedoelde vlaggengezwaai ( waarom niet achter de massa?) en de onbeschofte songteksten namen we er schouderophalend bij. Ook bij de hevigste aanhangers leek de fut eruit en het was al speculeren op het nieuwe systeem van de “zakkers” naar lagere regionen. Laten we echter hopen dat de wedstrijdloze  veertien dagen ons weer de moed geven om er tegen aan te gaan in de hoop dat de selectieheren goed naspeculeren hoe ze  de strijdlust er weer inkrijgen en  het vuur van het echte OHL tegen Brugge op 16 oktober kunnen oppoken tot een driepuntsresultaat.
Zegt dat Fonske van de Plasfosj tegen dan al wat bekomen zal zijn van deze “bibbermatch”.

Beter maar niet goed genoeg (26.09.25 OHL-Anderlecht 1-1)

Vrijdagavond op Den Dreef, tegen Anderlecht. Zonder hun fans, zonder hun flair, maar met balbezit alsof het een trofee was. Zij hadden de bal, wij hadden de kansen. En toch werd het 1-1.

We begonnen met vechtlust, dat viel meteen op. Zeker na die draak van een match tegen La Louvière was het een verademing om weer een ploeg te zien die wilde. Maar we moesten wel vaak achter de bal lopen. Anderlecht tikte rond, deed er weinig mee, maar dwong ons tot veel meters zonder bal. En dan valt die goal… een knullige fase, bal valt per toeval op de knie van Vázquez, en Leysen heeft geen schijn van kans. Buiten die fase heeft hij geen bal moeten pakken.
OHL had de beste kansen. Gil en Ikwuemesi kwamen dicht bij een goal, maar efficiëntie blijft een pijnpunt. Het is alsof er altijd een kramp in de benen sluipt net op het moment dat het moet gebeuren. De afwerking mist rust, richting, overtuiging. Ge voelt dat de wil er is, maar de bal wil niet mee.

Maziz bracht ons langszij, na een slecht weggewerkte bal. Door een bos van benen, hard en laag — eindelijk gerechtigheid. En dat was verdiend. Want we waren niet briljant, maar wel beter. Beter in intentie, beter in dreiging, beter in goesting.
Geen modder deze keer, geen zondvloed. Maar wel een veld waarop de bal vlot rolde, en toch niet binnen ging. Ge kunt trainen op afwerking, op looplijnen, op pressing — maar als de bal niet wil luisteren, dan moogt ge nog zo goed spelen, het blijft bij één punt.
Fonske van de Plasfosj zei het zoals alleen hij dat kan: “Als ge meer kansen hebt dan pinten in uw hand, dan moogt ge toch iets meer verwachten.”

Schwalbefestival! Stop ermee!! (20.09.25 OHL-La Louvière 1-2)

Nee, we gaan echt geen excuses zoeken om dit verlies te vergoelijken. De “Whites” hebben het vooral aan zichzelf te danken. Na een geweldig startkwartiertje, waarin verloren-weergekeerde zoon Kaba langs de grote poort excelleerde,  waren de supporters al in the mood van een klinkende overwinning.  Spijtig viel na de eerste goal van de Wolven alles stil. Adem afgesneden? Fluwelen tussenkomsten ? enz… We kunnen het niet blijven bedenken. Nochtans er zaten nog enkele fases in waarvan men zou kunnen denken dat ze het wel kunnen. We hoorden meer en meer roepen: “De goal is ginder!!!”. Er was veel lateraal spel en weinig durf. De vechtersmentaliteit moet erin gepompt worden, hoe dan ook. Natuurlijk kunnen we aanvoeren dat Schrijvers een elleboogstoot van de “keeper” tegen het hoofd kreeg net in de 16-meter en er geen penalty aan te pas kwam.  Ook de “vallende ziekte” van vele  Waaltjes was overduidelijk. Iemand was ze aan ’t tellen en bij de 43ste schwalbe  na 76 minuten   vond de ref de gele kaart in zijn achterzak en riep zelfs de lig-akrobaat toe: “Stopt ermee!”. Toen was het kalf echter al verdronken en konden we achter de punten fluiten.  Ondanks de lauwe sfeer achteraf gingen de spelers toch de supporters groeten.  Deze beste ohl-enthousiastelingen verwachten tegen vrijdag een herrezen elftal aan den Dreef om de “Mauven” uit Anderlecht te overtuigen dat ze het wel kunnen.
Zegt dat Fonske van de Plasfosj en de “Whites-fanaten” weer op post zullen zijn.

BETER MAAR NIET GOED GENOEG (13.09.25 Zulte-Waregem-OHL 2-0)

Zaterdag om 16u in Waregem. Drie kwartier voor de aftrap kregen we een zondvloed over ons heen — regen, hagel, alles erop en eraan. Aan het veld zag je toen niets, maar tijdens het opwarmen bleek het al: als de spelers tegen een bal trapten, rolde die geen vijf meter ver. Het beloofde een taaie namiddag te worden. Ge had er beter met een rubberboot op gespeeld dan met studs.
Toch begonnen we goed. Eerste kwartier: dominant, bal aan de voet, een schot op de paal — ge voelde dat we baas waren. Maar dan valt die eerste goal. Een afgeweken vrije trap, niks dramatisch, maar hij telt wel. Onze keeper op het verkeerde been, en plots sta je achter. Niet door beter spel, maar door een moment dat tegenzit.
Wat volgde was een match waarin we eigenlijk het meeste brachten. Veel goeie ideeën, veel intentie om vooruit te voetballen, en een duidelijk wedstrijdplan. Maar in de zone van de waarheid blijft het moeilijk. Te weinig koelbloedigheid, te weinig zuiverheid op het moment dat het moet gebeuren.
Pletinckx alleen voor doel, Opoku die zijn actie goed inzet maar dan het overzicht verliest, Traoré die nog wat bijgeschaafd moet worden in zijn laatste baltoets… Het is alsof we altijd een beetje geluk nodig hebben om te scoren. En dat is net het probleem: het mag niet van toeval afhangen.
Maziz stond in de basis en bracht energie, maar het was Łakomy die voor rust de lijnen uitzette en rust bracht. Waarom hij gewisseld werd, blijft een raadsel. Hij was één van de weinigen die het overzicht behield en de bal deed spreken.
En dan dat veld… zwaar doorregend, modderig, en op het einde zelfs verraderlijk. Eén van onze kansen bleef letterlijk steken in de modder. Ge kunt trainen op afwerking, op looplijnen, op pressing — maar tegen een veld dat zuigt aan uw bal, daar wint ge geen duel van. Zelfs de bal had goesting, maar geraakte niet vooruit.
Geen slechte match dus. Maar wel eentje die ons met een wrang gevoel achterlaat. Want we waren beter, maar we verloren. En dat is het soort nederlaag die harder aankomt dan een afstraffing.
Fonske van de Plasfosj zei het zoals alleen hij dat kan: “Als de modder uw bal stopt, dan weet ge dat ge niet alleen tegen elf man speelt.”

Henry? Die zat in de achterzak van Dusenne (31.08.2025 OHL-Standard 1-0)

Zondagnamiddag op Den Dreef. De pinten stonden koud, de zon deed haar best, en de supporters waren er met een mengeling van hoop en gezonde twijfel. Want geef toe: na 1 op 12 was het vertrouwen wat zoek. Maar wie goed keek, wist dat we drie keer tegen PO1-ploegen stonden. Enkel tegen Union kregen we een draai om de oren, tegen Genk en Antwerp hadden we meer verdiend dan wat de cijfers lieten uitschijnen.
En dan kwam Standard. Met Thomas Henry in de spits, onze ex-goalgetter, de man die ooit Den Dreef deed daveren. Maar Noë Dusenne, onze nieuwe centrale verdediger, had daar geen boodschap aan. Hij speelde alsof hij Henry al jaren kende van op café. Tackles, intercepties, duels — Henry kreeg geen ademruimte. Fonske riep vanop de Plasfosj: “Ge zou denken da Henry op Erasmus is!”
Op het middenveld liep Łukasz Łakomy rond alsof hij al jaren in Leuven woont. Altijd aanspeelbaar, de brug tussen verdediging en aanval, en dan dat schot — een loeier die de Luikse keeper alleen met een hoekschop kon pareren. Uit die hoekschop viel de 1-0. Den Dreef ontplofte. De pinten vlogen bijna uit de bekers, de vlaggen gingen de lucht in, en zelfs de steward op vak K kon een glimlach niet onderdrukken.
De rest van de match? Strijd, karakter, en een ploeg die eindelijk toonde wat er in zat. Geen champagnevoetbal, maar wel schuimend van goesting. En nu komt de interlandbreak. Tijd voor onze coach om zijn systeem verder in te slijpen, om de automatismen te laten gisten zoals een goeie geuze. Want als dit de richting is, dan mogen ze in PO1 al beginnen opletten.
Fonske van de Plasfosj zei het zoals alleen hij dat kan: “Ge moet niet zagen over 1 op 12, ge moet zien dat we stilaan uit ons kot komen.”

DENDER  2.000.000 EUR-OHL DRIE PUNTEN (24.08.2025 Dender-OHL0-1)

Het zal voor de moedige supporters van OHL, die de zondagavondtrip naar Denderleeuw volbrachten, worst wezen dat de “Kadavers” een mooie som inden voor twee van hun betere spelers. Dat maakte helemaal geen indruk op onze “Whites” en al was de eerste helft niet zo boeiend, het was duidelijk dat er meer orde op zaken gesteld werd. De nieuwe OHL-er Dusenne was duidelijk aanvaard en zelfs geïntegreerd. Samen met onze Pletinckx dirigeerde hij op een professionele manier de verdediging en schiep ruimte voor aanvallen vanuit het midden. Op die manier kon Ewoud op zijn eigen specifieke manier doordringen en onrust zaaien  in de verdedigingslijn van de Oost-Vlamingen. Dat leverde ons verdiend de drie punten op. Het is soms een lust om te volgen hoe onze 28 de kat uit de boom kijkt en sluw infiltreert. Met als geruststelling achteraan een zelf verzekerde Noë en daarenboven op de bank nog een toren als Nyakossi. Nu zo verder bouwen en al was de wedstrijd tegen Genk qua “schone voetbal” beter, wij hebben dit liever én de drie punten. Nu nog Standard warm onthalen volgende zondag en we raken in de linker kolom.
Zegt dat Fonske van de Plasfosj het zo gezien heeft.
 

0 punten: toch niet negatief zijn! (15.08.25 OHL-RC Genk 1-2)

Het is natuurlijk een feit dat na vier matchen één punt halen en laatst gerangschikt staan  velen al aan het doemdenken slaan. Toch waren er de laatste match meerdere lichtpunten die het beste laten verhopen. Ze schieten wel te laat in actie en moeten dan  achtervolgen. Dat lukt wel, maar er zou moeten voorkomen worden dat er een achterstand is van bij de aanvang van de wedstrijd.  Positief is dat onze “Whites” de hoofden niet lieten hangen en meerdere malen in de match beter samen speelden dan de Limburgers. Het zit er wel in, maar viermaal paal en wat concentratieverlies zijn zaken die kunnen verbeteren.  Als we individueel moeten beoordelen zien we dat, niet altijd qua samenspel, de inzet en kwaliteit serieus verhoogt. Wouter Georges  was er deze maal van bij het begin bij en laat ons hopen op knalprestaties. Samen met Nyakossi en rots Pletinckx moet die muur stilaan  ondoordringbaar worden. Als Traore en kilometervreter Terho nog wat meer geacclimatiseerd zijn t.o.v. de medespelers mogen we meer verhopen . Zonder te chauvinistisch te willen zijn, we mochten naast de “koolputterkes” staan. Dus blijven hopen: “Laat zien dat ge van Leuven zijt!”  Dat wil zeggen dat we het kopke nog niet laten hangen en tegen Dender er weer zullen bij zijn met hart en ziel.
Apropos, worden “schwalbes” niet meer bestraft? We hebben er weer genoeg gezien en als die niet gefloten worden is ’t van den hond.
Zegt dat Fonske van de Plasfosj volhoudt met de echte OH-Ellers.

ALS DAT ALLEMAAL MAG!! (10.08.25 Antwerp-OHL 3-1)

Het woord dat na deze wedstrijd het meest gebruikt werd was wel “ Als…”. We hebben ongelooflijke situaties meegemaakt en we hebben na al die jaren voetbal kijken toch al heel wat gezien. Dit liep echter de spuigaten uit.  Dat we de stille hoop hadden in Antwerpen minstens één puntje mee te pikken klinkt normaal.  De manier waarop we die kans lieten voorbijgaan is niet in één zin samen te vatten. Akkoord, we moeten nog wat talent bijhalen. Maar wat onze “whites” ( nu in kaki)  lieten zien deed al het beste verhopen. Het zogezegde sterke sinjorenelftal kwam er niet angstaanjagend uit.  De trucjes om toch te winnen lagen aan de acteerprestaties van hun sterren. Hoe dikwijls bleven zij bij balverlies voor dood liggen? Raar was dat nadat de ref de medische tovenaars het veld oplieten en de vrijschop was toegekend ze plotseling miraculeus  verrezen en zelfs een hoofdrol in de aanval gingen spelen. Dat er zo drie penalty’s moesten van komen (één werd door de VAR nog afgekeurd) lag in de lijn der verwachtingen. Dat de sinjoren  in deze periode niet veel gewoon zijn pleit niet voor een systeem van anti-voetbal. De knappe  kopbalgoal die George schilderde op Pletinckx kopke gaf weer hoop. De verwoede zoektocht naar de gelijkmaker leverde echter voor de thuisploeg door de verdunde verdediging een derde doel op.  Alles bijeen: een rode kaart uiteindelijk voor Verstraete, die in de nabijheid van weer een sterke vallende komediant liep, en we waren met tien. Tel daarbij op dat we de ref wel eerder kunnen beschouwen als rood-wit die voor dezelfde fouten andere maatstaven hanteerde voor de afrekening.  Dit zouden we niet zeggen moest dit niet het algemeen gevoelen zijn van de ontgoochelde OHL-supporters. Nu vrijdag tegen Genk, die even ver staan als wij, wordt het weer cruciaal en hopen we dat de ref een deftige bril draagt.
Zegt dat Fonske van de Plasfosj kwaad is bij deze ontgoocheling.

Wervelende reuzen verpletteren voetbaldwergen (03.08.25 Union-OHL 5-0)

Moest er nog iemand zijn die  hier een positieve kick van krijgt dan is de  trouwe supporter de bron van zo een voetbalwellust ontgaan.  Veel kunnen we niet aanvoeren om eventueel te sussen.  De beste supporters van het land verwachten dan ook  dat de wedstrijd volgende zondag een knaller wordt. Hopelijk worden de Sinjoren de “dupe” van ons zwak gefrutsel zondagavond. We gaan toch niet de hoop laten zakken: de enkele flitsen die we in het derde kwartier zagen toonden aan dat er uiteindelijk toch meer in zat.  Toch moeten we bekennen dat we een tweetal klasses lager speelden dan de tegenstander.  Het is natuurlijk wel de landskampioen, maar die voetbalde dan ook zonder twee toppers van vorig seizoen. Sterspeler Ivanovic, die nu bij Benfica acteert, en een gekwetste David  werden professioneel vervangen en duidelijk wordt Raul Florucz het nieuwe goudhaantje  bij de Brusselaars: snel, vinnig en een geloofwaardige komediant ook al. Wij zijn momenteel niet alleen te jong, maar ook  te weinig inventief. Soms was het alsof ze niet op goal durfden knallen.  Het is toch nog altijd beter te proberen dan de bal bij een zoveelste laterale pas kwijt te spelen aan een flitsende achterhoede die frivool de bal  richting Tobe keilden.  Wij nemen aan dat er wat track tussen zat bij de neofieten en jonkies. Komaan jongens , we zullen in Antwerpen zondag weer als een blok achter jullie staan. Het is dan het moment om die ontgoocheling weg te werken door te vergeten wat er daar aan het Dudenpark gebeurd is  en te tonen  dat wie van Leuven is wel kan vallen, maar ook weer kan opstaan en de wrangheid van die pil doen vergeten.
 Zegt dat Fonske van de Plasfosj het zo bekijkt.

Voer voor Doemdenkers (27.07.25 OHL-Charleroi 2-2)

Als je één minuut voor affluiten met 2-0  voor staat, mag je redelijkerwijze beginnen vieren.  Het gaf dan wel niet de juiste spelverhouding weer, maar als start van een nieuw seizoen kon dat al wel tellen.  En dan krijgen we ultiem  toch een bal in de netten.  Tobe had al enkele miraculeuze reddingen verricht, maar deze loeier was niet te houden.  Dus maar berusten.  Maar dan in de vier minuten extra tijd komt de pechduivel er weer tussen. Of was het een slordigheid? In de zestien telden we 22 spelers ( de jonge keeper van de Carolo’s was er ook bij) Boef! Een acrobatische ommekeer van Dragsness en het stond gelijk.  De ambiance daalde  in de OHL-Vakken tot beneden zero.  Nooit meegemaakt en de hoop was weer weg.  Eerlijk gesproken  meestendeels waren de Zebra’s wel vinniger en meer aan de bal. Enkele beginnersfouten  tijdens de euforie zorgden voor een gelijk spel.  Dat er gegromd werd na afloop  en  bijna routineus weer een drawn werd behaald, deed velen de schouders ophalen en zeggen: “’t Is weer hetzelfde van vorig seizoen”. Er waren er al die OHL  zagen zakken uit de hoogste regionen.  We hoorden zelf   dat dit op het einde seizoen zwaar zou doorwegen. Ook gemompel over dat het een geluk was dat er dit jaar maar één ploeg moet zakken enz…..  Komaan , O-H-Ellers en zeker de “Drevers”: tegen een vinnig-spelende club gelijk spelen is geen ramp. Even laten bezinken en de positieve dingen ook durven benadrukken: De wondersaves van  onze keeper, de tussenkomsten van Pletinckx, de inzet van enkele beginners enz… Dat zebra-trainer Rik De Mil achteraf zei dat  tegen dit OHL  niet veel ploegen  dat zouden komen presteren aan den “Dreef” is ook veelbetekenend. Dus na de volgende zware jobs spreken we verder. Dus nu naar Union en Antwerp en dan kunnen we toch meer vertellen over de aanpak van de nieuwe  leermeester David Hubert en zijn inzichten.
Zegt dat Fonske van de Plasfosj het wel ziet zitten.
Maak een gratis website met Weebly